De zorg is een sterke ketting, maar de schakels staan onder druk
De Dag van de Zorg zet de zorg- en welzijnssector in de kijker. Extra aandacht voor de zorgmedewerkers en goeie info over de verschillende instanties is belangrijk, want op een bepaald moment hebben we allemaal zorg nodig. Verpleegkundige Jana en directeur Gracy zorgen in WZC De Ril samen met hun collega’s met hart en ziel voor de bewoners. Waarom is werken in de zorg zo hartverwarmend en tegelijkertijd zo uitdagend?
Jana, waarom koos je voor een job in de zorg?
“De zorg zit in me. Ik startte hier als zorgkundige, maar kreeg de kans om me bij te scholen tot verpleegkundige. Best pittig, want de extra studies duurden drie jaar. Ik voelde een drang naar meer verantwoordelijkheid. Ondertussen werk ik al 11 jaar in De Ril. Ik ben eigenlijk al een ancien (lacht).”
Wat is het verschil met een zorgkundige?
“Als verpleegkundige heb je nog meer verantwoordelijkheden. Je staat in voor het klaarzetten en bestellen van de medicatie, je staat vaak in contact met de dokters, er is best veel wondzorg en je stuurt een team van zorgkundigen aan. Maar je blijft ook aan het bed helpen. Er is altijd een verpleegkundige aanwezig. 24 op 7. De shiften zijn best zwaar, maar we werken hier met gemotiveerde teams.”
Hoe zwaar is het werk?
Janna: “Dat varieert tussen pittig en ronduit zwaar en geen enkele dag is hetzelfde. Ook al hanteren we een vaste routine, daartussen duiken heel wat onvoorziene situaties op. Niet vergeten dat we in De Ril een hoge zorggraad hebben. Plots kan een bewoner een ernstig of acuut probleem krijgen. Daar moet je klaar voor zijn. In die gevallen passen we zelfs de bezetting aan.”
Wat zijn volgens jou de kenmerken van een goeie verpleeg- of zorgkundige?
Jana: “Zorg moet in je karakter zitten. Je moet om kunnen met onvoorziene omstandigheden en altijd een rustige houding aannemen, ook als je zelf een mindere dag hebt. Je moet kunnen luisteren, veerkracht tonen, maar ook kritisch en alert zijn. En goed kunnen ‘krulletjes leggen’. (lacht)
Wat zijn de belangrijkste lichtpuntjes in je job?
Jana: “We verzorgen in De Ril heel wat bewoners met dementie. Dat is niet evident, maar als een bewoner me herkent, of me complimenteert voor mijn werk is dat gewoonweg hartverwarmend. Ook bij een overlijden ervaren we heel wat schoonheid. Dat blijft aangrijpend, maar als de familie ons bedankt voor de zorgen en onze inzet, denken we met zijn allen ‘daar doen we het voor’. Weet je, we werken evenveel met ons hart, als met ons hoofd. En het is zo zinvol voor heel wat mensen.”
Gracy: “Ik denk dat ik Jana bijtreed, als ik zeg dat je veel geeft, maar ook veel terugkrijgt.”
“Werken in de zorg laat me elke dag ervaren hoe zinvol kleine en grote momenten kunnen zijn.”

Help eens een misvatting over zorgbehoevende ouderen uit de wereld?
Jana: “Onze bewoners zijn niet afgeschreven. Ze tellen nog mee. Onze bewoners zijn een vat vol levenservaring en wijsheid. Ik leer er nog dagelijks van. Ze worden ook een stukje familie. Hoe langer ze hier wonen, hoe sterker die band wordt.”
Ik kan me wel voorstellen dat jullie veel meer doen dan we denken.
Jana: ‘Absoluut. Weet je dat onze bewoners ook op een bepaalde manier voor ons zorgen. Sommigen zijn enorm betrokken en bezorgd over ons. ‘Wees voorzichtig als je naar huis gaat, hé. Of ‘Hoe gaat het met je kindje’. Onze zorg is dus wederkerig. Dat geeft een fijn gevoel en versterkt de betrokkenheid. Ik maak het concreet. Na het wassen, leggen we met plezier het haar in krulletjes. Dat zijn zo van die warme momenten die voor veel connectie zorgen.”
Hoe lukt de combinatie met je thuissituatie?
Jana: “Ik bof dat ik een goed vangnet heb. Mijn partner is begripvol en ik kan rekenen op mijn familie. Daarnaast investeren we veel tijd in het plannen van onze shiften. We trachten rekening te houden met iedereens zijn thuissituatie en wensen. Het is geven en nemen en met respect voor elkaar lukt het altijd.”
Gracy, in mei ben je twee jaar directeur van De Ril en De Sluze. Waarom koos je voor job in zorgbeleid?
“Ik heb jarenlang met veel passie op intensieve zorgen gewerkt, maar ik voelde steeds sterker de goesting om breder na te denken over hoe zorg anders en toekomstgericht georganiseerd kan worden. Ik hou van projecten uitwerken en van uitdaging. Daarom volgde ik de opleiding zorgmanagement. De ouderenzorg heeft me altijd geraakt: mensen met een rijke geschiedenis, maar vaak grote kwetsbaarheid. Het is een voorrecht om mee te mogen zorgen dat zij hier een warme, veilige thuis krijgen. Dat is wat mij drijft in mijn rol als directeur.”
Is je praktijkervaring een voordeel in je job?
Gracy: “Absoluut. Ik begrijp heel goed wat er leeft op de werkvloer en wat medewerkers nodig hebben. Dat helpt me om keuzes te maken die echt steun bieden in de dagelijkse zorg. Tegelijk hou ik rekening met de realiteit dat onze middelen niet oneindig zijn, zodat we samen duurzame en doordachte beslissingen kunnen nemen.”
Wat is de grootste uitdaging in onze zorgsector?
Gracy: “We staan onder grote druk. We hebben geluk dat we in Middelkerke een sterke zorgketting kennen, maar overal zien we wachtlijsten en een toenemende zorgvraag, zowel voor patiënten als voor mantelzorgers. Toch kijken we vooruit: we werken hier elke dag met veel betrokkenheid samen om oplossingen te vinden. De grootste uitdaging van vandaag is niet alleen plaatsten creëren, maar vooral de juiste mensen vinden die mee zorg willen en kunnen opnemen. Het aantrekken en behouden van warme, bekwame zorgprofessionals is misschien wel de belangrijkste opdracht voor de toekomst.”
Hoe lossen we dat op in Middelkerke?
Gracy: “We werken intens samen met onze collega’s van het lokaal dienstencentrum of met de sociale diensten van de ziekenhuizen. Dankzij hun expertise krijgen de mensen goeie informatie over thuiszorg of andere voorzieningen. Zij zijn ook een antenne. Ze verwijzen vaak door naar ons centrum voor dagverzorging of naar ons systeem van kortverblijf. Alle onze bewoners maakten, voor ze hier kwamen wonen, vaak gebruik van één of andere ambulante zorgvoorziening of instantie.”
Is de zorg afgelopen jaren sterk veranderd?
Jana: “Absoluut. De zorg is de afgelopen jaren ster geëvolueerd. Vandaag komen vooral mensen bij ons wonen die een bepaalde zorggraad hebben en voor wie zelfstandig wonen thuis niet meer haalbaar is. 10 jaar geleden was dat nog niet zo, dan verzorgde ik mensen die veel ‘beter’ of mobieler waren. Op zich is het goed dat de mensen langer thuis wonen, maar uiteindelijk is de zorgnood nu groter en intenser. De balans mag niet overhellen. Zorg moet voor iedereen haalbaar blijven.”

Gracy: “De zorg is de afgelopen jaren sterk veranderd en dat zal de komende jaren alleen maar verder evolueren. We worden met z’n allen ouder, maar vaak met chronische zorgnoden waarvoor langdurige ondersteuning nodig is. Dat legt niet alleen druk op de professionele zorg, maar ook op mantelzorgers, die steeds meer mee de zorg moeten dragen. Daarnaast zien we een groeiende groep mensen met psychische kwetsbaarheden en met problemen als gevolg van alcohol- en middelenmisbruik. Die combinatie maakt de zorg complexer. Voor mij is dat vooral een oproep om vooruit te denken: hoe organiseren we onze zorg zo dat we ook in de toekomst warme, mensgerichte, duurzame ondersteuning kunnen bieden.”
“In de zorg werken we met het hoofd, maar vooral met het hart.”
Jana: “Er is ook veel administratie. Dat neemt ook veel tijd in beslag. Ik begrijp dat de kwaliteit in de zorg goed bewaakt moet worden, maar ik spendeer mijn tijd veel liever aan het echt verzorgen van onze bewoners, dan aan het zoveelste formulier invullen.”
Hoe tracht je die toenemende druk te beheersen binnen je teams?
Gracy: “Door te zorgen dat onze teams voldoende ondersteuning hebben. Dat begint bij voldoende medewerkers op de vloer en heel goed voeling houden met wat er leeft. We werken uiteraard binnen de opgelegde normeringen van de overheid, maar we proberen waar mogelijk daarboven te gaan, omdat we geloven in maximale ondersteuning voor bewoners en collega’s. Tegelijk moeten we realistisch blijven, we doen het met de middelen die we hebben. Het is elke dag een evenwichtsoefening, een puzzel die we zorgvuldig leggen.”
Wanneer is volgens jullie thuis wonen niet meer mogelijk?
Gracy: “Als de familie of de partners het niet meer kunnen dragen. We merken dat mensen daar moeilijk aan toegeven. Je ziet je partner graag en er zijn goeie medicijnen en hulpmiddelen, maar op een moment wordt het teveel. Die stap moet ook niet in één keer gezet worden. Dankzij ons centrum voor dagverzorging of ons systeem van kortverblijf kan je de zorgdruk binnen je familie al gevoelig verlichten.”
Hoe ervaren de bewoners de stap naar het woon- en zorgcentrum?
Gracy: “Ik durf zeggen dat 90% van de bewoners hier tevreden is. Ze zijn zelden nog eenzaam en vaak verbetert hun fysieke toestand kort na hun verhuis, door de structuur en de constante opvolging. We nemen ook hun input mee en passen onze werking aan waar nodig. En uiteraard geven ze graag hun mening over het menu (lacht).”
Jana: “Ik hoor vaak dat ze blij zijn dat ze eindelijk de stap hebben gezet. Ook de familie reageert vaak opgelucht, want hun zorgdruk vermindert terwijl hun naaste in een zorgzame omgeving leeft en weer sociaal contact kent.”
Hoe belangrijk is techniek en innovatie in de zorg?
Gracy: “Dat is de toekomst. Zorg blijft een mensenzaak, maar net de mensen worden schaars. Het personeel droogt op. Dus moeten we meer inzetten op techniek en innovatie. Dat kost dan weer een pak geld. Ik ben bijzonder tevreden met de ondersteuning vanuit de gemeente, maar ik vind dat hogere overheden moeten volgen. Ik pleit voor meer subsidiëring voor technieken en innovatie. Anders wordt de zorg of ontoereikend of onbetaalbaar. Ik voorzie ook bijzonder veel bijscholing in onze planning.”
Jana: “Dat is bijzonder dankbaar en verrijkend. We krijgen naast de logische medische bijscholing ook heel wat verrassende opleidingen. Dat geeft ons meer inzicht in de leefwereld van de bewoners. Over hulp bij de maaltijden bijvoorbeeld. Tijdens een workshop moesten we elkaar geblinddoekt eten geven. Dus je ervaart echt hoe een slechtziende bewoner dat meemaakt. Als je dan niet meegeeft welk gerecht het is, of hoe het smaakt, ervaart de bewoner dat mogelijk helemaal anders.”
Gracy: “Ik luister ook welke opleidingen medewerkers vanuit hun interesse willen. Ik bepaal dat niet, zo is de bijscholing persoonlijk waardevoller en draagt het beter bij tot onze dagelijkse zorg.”
Welke investeringen staan nog op de planning in De Ril.
Gracy: “We blijven gericht investeren in alles wat het wonen en leven in De Ril en De Sluze ondersteunt. Dit jaar pakken we de tuin aan: we creëren een rolstoel- en dementievriendelijke tuin waar bewoners veilig kunnen genieten en tot rust komen. Een tuin die meebeweegt met de seizoen en waar iedereen, ook mensen met dementie, vrij en veilig kunnen vertoeven. Daarnaast investeren we verder in ergonomisch en comfortabel meubilair. Ook in technische voorzieningen blijven we stap voor stap en op een haalbare manier investeren. Alles samen draagt bij tot een warme, aangename en kwaliteitsvolle leef- en woonomgeving.”
Hoe zie je de toekomst van De Ril?
Gracy: “Positief. De uitdagingen blijven groot, maar we gaan als team vooruit. Ik kan rekenen op een sterke en geëngageerde mensen die elke dag opnieuw het verschil maken. Dankzij hun inzet kijk ik vol vertrouwen uit naar de toekomst van De Ril en De Sluze.”
Waarom moeten mensen naar de Dag van de Zorg komen?
Gracy: “We zetten onze deuren met veel plezier open. Voor iedereen. Niet om te tonen dat het altijd perfect loopt, maar vooral om te tonen hoe har(t)d we ons best doen om het zo perfect mogelijk te doen.







